SuperStar Theorie

Op deze site staan veel vragen over tafeltennis.

De met de Δ gemarkeerde vragen zijn alleen bedoeld voor 3e en 4e ster.

Over het serveren

Wat is een service?
Een service is een slag waarmee je begint. Een ander woord voor service is de
opslag of de beginslag.

Hou houd jij je hand?
De vingers zijn tegen elkaar. De duim is los. Je mag van je hand geen kom maken
waar de bal in blijft liggen.

Waar ligt het balletje?
Het balletje ligt los op de handpalm.

Hoe gooi je de bal op?
Je moet de bal recht omhoog gooien.

Wanneer begin de service?
Zodra de bal op je handpalm ligt begint de service. Daarom krijgt de tegenstander
een punt als je bij het serveren naast de bal slaat.

Waar moet de bal stuiteren?
De bal moet eerst 1 keer je eigen tafelhelft raken. Daarna moet de bal 1 keer de
tafelhelft van je tegenstander raken.

Wat gebeurt er als de service goed is, maar de bal onderweg het net raakt?
Bij de service mag de bal het net niet raken. Wanneer de bal het net raakt en
daarna op de tafelhelft van de tegenstander komt, noem je dat een netservice. Je
moet dan opnieuw serveren. Ook al zou dit 10 of 100 keer achter elkaar gebeuren.

Vanaf waar moet je serveren?
Je serveert achter de tafel. Je mag nooit boven of naast de tafel serveren. Ook
onder de tafel serveren is fout. De tegenstander(s) en scheidsrechter(s) moeten
de bal tijdens de service kunnen zien.

Hoeveel keer mag je serveren?
Je mag 2 keer serveren per servivebeurt. Daarna mag je tegenstander 2 keer
serveren. Iedere speler serveert telkens 2 keer achter elkaar. Dus is de som van
de punten van jou en de tegenstander 2, 4, 6, 8, 10,... gaat de servicebeurt naar
de andere speler.

Wat gebeurt er als de verkeerde speler heeft geserveerd?
Als speler serveert terwijl een ander had moeten serveren, moet er gestopt worden
zodra de vergissing wordt opgemerkt. Daarna serveert je ander en gaat de
wedstrijd verder. Is er reeds een punt gemaakt terwijl de verkeerde speler
serveerde, dan blijft het gescoorde punt wel geldig. Reeds gescoorde punten
kunnen niet worden afgenomen.

Wanneer win je een game en hoeveel games speel je?
Wie het eerst 11 punten heeft, heeft de game gewonnen. Wanneerhet tjidens een
game 10-10 wordt, dient er om de beurt te worden geserveerd, totdat een punten-
verschil is van 2. De game is dan afgelopen. Minimaal speel je drie games. Wie
als eerste drie games heeft gewonnen is winnaar. Als een van beide spelers 2
games wint en de andere speler 1 game wint, speel je een vierde game. Als de ene
speler dan 3 games wint en de andere speler 1, dan is degene met de 3 games
winnaar. Als beide spelers 2 games winnen, speel je om de vijfde game.
(Een zogezegde best of 5). Zodra een van beide spelers in de vijfde game 5 punten
heeft gescoord moet je van tafelhelft wisselen.

Vertel iets over de kleuren van shirt en broek.
Als je een wedstrijd speelt, mogen je shirt en broek niet van dezelfde kleur zijn
als van het balletje. Bovendien zijn witte of gestreepte shirts verboden, omdat
je tegenstander dan de bal niet zo goed kan zien.

Wanneer krijg je een punt?
Je krijgt een punt als je tegenstander de bal:
- Niet op de juiste manier serveert.
- Niet terugslaat
- Op zijn eigen helft of in het net slaat.
- Niet op jouw tafelhelft slaat
- Eerst 2 keer op zijn eigen helft laat stuiten.
- Terug slaat voordat de bal zijn eigen helft heeft geraakt.

Wat is diagonaal?
Diagonaal is als de bal schuin naar de overkant gaat van de ene hoek naar de
andere hoek.

Wat is parallel?
Parallel is als de bal recht naar de overkant gaat langs een van beide zijde.

Wat is backhand schuiven?
Backhand schuiven is een verdedigende slag met de backhand.

Wat is forehand contra?
Forehand contra is een aanvallende slag met de forehand

Wat is een kantbal? Goed of fout?
Een kantbal is een bal die de zijkant van de tafel raakt. Deze bal is fout

Wat is een randbal? Goed of fout?
Een randbal is een bal die de rand van de tafel raakt. Deze bal is goed.

Wat is een rally?
Een rally is een serie slagen die gemaakt wordt als de bal zonder fout heen en
weer wordt geslagen. Een rally is minimaal 2 balwisselingen lang.
(Service + terugslag)

Wat is een game?
Een game is een wedstrijddeel tot 11 punten. (behalve als het 10-10 is geweest.)

Wat is een training?
Traing is het engelse woord voor oefening.
Een training is dus de tijd die je besteedt aan het oefenen van het tafeltennis.

Wat is een trainer?
Trainer is engelse woord voor oefenmeester. Dus iemand die jou kan vertellen hoe
je jouw slagen moet uitvoeren.

Wat is een set?
Een set is een aantal games.

Wat betekent sorry?
Sorry is het engelse woord voor "het spijt me". Dit zeg je als de bal de rand van
de tafel of het netje heeft geraakt tijdens de rally en de tegenstander de bal
daardoor niet meer/goed kon terugspelen.

Wat doe je voor en na de wedstrijd?
Voor de wedstrijd geef je je tegenstander een hand en zeg je: "Succes en een
prettige wedstrijd". Na de wedstrijd zeg je: "Bedankt voor de wedstrijd" als je
gewonnen hebt en je feliciteert de tegenstander als hij of zij gewonnen heeft.

Warming up

Δ Waarom is de "warming-up" zo belangrijk?
Je tafeltennist, omdat je deze sport leuk vindt en je traint omdat je steeds
beter wilt tafeltennissen. Maar waarom doe je een "warming-up"? Heb je daar wel
eens bij stil gestaan?. Weet iedereen wel wat een warming-up is.?

Δ Wat is een "warming-up"?
Een "warming-up" is een manier om je lichaam op de juiste temperatuur te brengen
voor een training of een wedstrijd. De "warming-up" begint altijd met langzame
bewegingen. Je lichaam moet immers nog opgewarmd worden. Een trage looppas aan
het begin van de "warming-up" is het best. Wel moeten alle spieren die je als
tafeltennisser gebruikt worden "opgewarmd" tijdens de "warming-up".

Δ Welke soorten oefeningen kun je tijdens een "warming-up" doen?
- Loop-, huppel- en hinkoefeningen,
- Gymnastiekoefeningen,
- Speciale tafeltennisoefeningen.

Δ Voor welke lichaamsdelen zijn de speciale tafeltennisoefeningen?
- De nekspieren,
- De schouderspieren,
- Heupen, armen en benen,
- Knie- en enkelgewrichten,
- De handen.

Δ Vier redenen waarom een "warming-up" zo belangrijk is.
- Door de "warming-up" wordt het lichaam op de juiste temperatuur gebracht om
  sport te kunnen beoefenen.
- Door een goede "warming-up" wordt de veerkracht van je spieren beter en wordt
  de kans op blessures kleiner.
- Een goede "warming-up" helpt tegen zenuwachtingheid voor de wedstrijd.
- Een 'warming-up' verbetert je coordinatievermogen, geeft meer controle over je
  eigen bewegingen.

Δ Vertel iets over goede kleding bij training, competitie de "warming-up".
Ook tijdens de "warming-up" is de soort kleding belangrijk. Het wedstrijdtenue
alleen is niet altijd de juiste kleding voor een "warming-up". Je mag bv geen
hemd aanhouden onder je shirt. Afhankelijk van de temperatuur in de zaal is het
soms verstandig de "warming-up" te starten met een trainingpak. Zorg dat je
kleding draagt die de warmte enigzins vasthoudt. Bijvoorbeeld kleding met katoen
of wol erin verwerkt of fleece. In deze kleding moet je je goed kunnen bewegen.
De kleren mogen niet knellen, want dan kan het bloed niet gemakkelijk naar alle
delen van je lichaam. Doe na iedere wedstrijd minstens je trainingspak weer aan.
Hierdoor blijft je lichaam beter op temperatuur.

Als je lichaam te snel afkoelt, kun je last krijgen van je spieren en gewrichten.

Spelregels bij het dubbelspel.

Hoe moet je serveren?
De service gaat altijd vanuit de rechterhoek diagonaal naar de rechterhoek van de
tegenstander.

Waar mag je als ontvanger de geserveerde bal naar tie slaan?
Als je de geserveerde bal ontvangt mag je deze terugslaan waar je wilt.

Δ Noem vier van de acht speciale spelregels in het dubbelspel.
- Als je het begin van de eerste game schuin tegenover een speler staat, sta je
  ook bij het begin van elke volgende game schuin tegenover dezelfde speler.
- Nadat je 2 keer de service hebt ontvangen, moet de zelf 2 keer serveren.
- Nadat je 2 keer geserveerd hebt, moet de wisselen, je medespeler vangt nu de
  service op.
- Het team, dat in de volgende game mag beginnen te serveren mag zelf uitmaken,
  wie van beide dit zal doen. De tegenstander moet zich hierop aanpassen.
- Een bal die precies op de middellijn komt is goed.
- Bij een stand van 10-10 wissel je, net als bij het enkelspel, bij ieder punt,
  totdat er een verschil is van twee punten.
- Bij het dubbelspel moeten jij en je medespeler de bal om de beurt terugslaan.
- In de beslissende vijfde game wordt, nadat een dubbel 5 punten heeft gehaald
  van tafelhelft gewisseld. (ook wisselt het service-ontvangende team van plaats.)

Gedragsregels

Noem een aantal gedragsregels voor de trainingen
- Ik kom op tijd voor de training,
- Ik houd de kleedkamer netjes en maak geen rommel,
- Ik kom nooit aan andermans spullen,
- Als het nodig is, help ik mee met het klaar zetten en opruimen van de tafels,
- Ik probeer de oefeningen die de trainer aangeeft zo goed mogelijk uit te voeren,
- Ik doe tijdens de training goed mijn best, ook als ik train tegen kinderen die
  niet zo goed kunnen tafeltennisen als ik,
- Na afloop kijk ik goed of ik niets vergeten ben.

Δ Noem een aantal gedragsregels bij wedstrijden.
- Bij thuiswedstrijden ontvang ik mijn tegenstanders vriendelijk,
  wijs hen de kleedkamers en geef ze een tafel om in te spelen,
- Bij uitwedstrijden houd ik mij aan de regels die bij de andere club gelden
  en gedraag mij als een goede gast,
- Voor de wedstrijd geeft ik mijn tegenstander een hand en wens hem/haar een
  prettige wedstrijd,
- Ik blijf sportief, ook als mijn tegenstander dat niet is,
- Bij wedstrijden tel ik als ik aan de beurt ben,
- Ik tel eerlijk, maar bij twijfel beslis ik als scheidsrechter,
- Als de scheidsrechter een fout maakt, word ik nooit boos,
- Als de scheidsrechter niet goed telt, zeg ik dat kalm,
- Als ik geen gelijk krijg van de scheidsrechter, leg ik mij bij zijn beslissing
  neer,
- Als ik de wedstrijd win bedank ik de tegenstander en de scheidsrechter,
- Als ik de wedstrijd verlies feliciteer ik mijn tegenstander(s) en bedank de
  scheidsrechter voor het tellen.

Wedstrijden

Δ Wat is coachen en wie mag dat doen?
- Coachen is het geven van aanwijzingen zodat een speler de wedstrijd kan winnen,
- Iedereen mag coachen, behalve de scheidsrechter,
- Coachen is erg belangrijk. De coach kan je vertellen of je iets fout doet
  of je iets vertellen over de tegenstander,
- Voor en na de wedstrijd en tussen de games door mag je worden ge-coached.

Wat is concentratie?
Concentratie heeft te maken met de aandacht voor iets. Bij tafeltennis heb je
aandacht voor je tegenstander en de bal. Vooral bij het serveren ontbreekt het
nogal eens aan de nodige concentratie.

Δ Noem een aantal dingen die slecht zijn voor de concentratie
- Praten tijdens de wedstrijd,
- Denken dat je makkelijk kunt winnen van je tegenstander,
- Je kwaad maken,
- Weglopen van de tafel, nadat je tegenstander een punt heeft gescoord,
- Weglopen van de tafel, als je eigen acties niet willen lukken.

Δ Wat is sportiviteit.
Sportiviteit betekent, dat iemand zich bij het beoefenen van sport zo weet te
gedragen als dat bij sport hoort.
- Je aan de spelregels houden,
- Eerlijk zijn,
- Je beheersen,
- Tegen je verlies kunnen,
- Een goede mentaliteit hebben.

Δ Noem een aantal dingen die behoren bij een goede mentaliteit
- Tegenslag en een nederlaag kunnen verwerken,
- De gehele wedstrijd door blijven vechten voor je kansen en niet opgeven,
- Niet direct de schuld aan de scheidsrechter, de bal en andere dingen geven.
  (Dus geen smoesjes verzinnen als je verliest.)
- Bij pech (bv een netbal of randbal) je mond houden,
- De overwinning van je tegenstander niet kleineren.

Wat is tactiek?
Tactiek is eigenlijk slim spelen. Met een goede tactiek kan een zwakkeren speler
van een sterkere speler winnen.

Δ Noem een aantal dingen die behoren bij een geode tactiek.
- Speel met wat je het beste kunt,
- Probeer te verhinderen dat je tegenstander zijn sterkere slagen toepast.
  Dit moet je proberen te ontdekken in de eerste game.
- Als je zwakke punten uin het spel van je tegenstander hebt gevonden,
  speel dan regelmatig maar afwisselend op deze zwakke punten,
- Probeer een wedstrijd nooit mooi uit te maken, bv door een smash als dit
  eigenlijk niet kan.

Tactisch goed spel leer je door ervaring op te doen tijdens de vele wedstrijden
die je speelt en door goed op bovenstaande punten te letten.

Een aantal oefenvragen

1) V: Als je de bal in het spel brengt, hoe heet deze slag?
   A: Service of opslag

2) V: Mag je bij de service je hand houden zoals je wilt?
   A: Nee, je hand moet plat zijn waar de bal dan op ligt.

3) V: Als je bal voor de service opgooit, waar moet je dan voor zorgen?
   A: De bal moet zo recht mogelijk worden opgegooid, achter de tafel en de bal
      moet voor de tegenstander(s) en scheidsrechter(s) altijd te zien zijn.

4) V: Als je de bal opgooit en de bal mist als je slaat, voor wie is het punt dan?
   A: Voor de tegenstander, want het spel is begonnen op het moment dat je de bal
      klaar hebt om te serveren.

5) V: Wat gebeurt er als je bij de service het net raakt en de bal daarna goed
      verder gaat?
   A: Dat is een netservice en moet er opnieuw worden geserveerd.

6) V: Wat geldt er, als je bij de service het net raakt en de bal daarna naast
      of over de tafel gaat?
   A: Dan is het een foute service en gaat het punt naar de tegenstander.

7) V: Waar moet je goed op letten bij de service?
   A: Dat het balletje goed wordt opgegooid, dat je achter de tafel staat en dat
      het balletje eerst 1 keer je eigen tafelhelft raakt en daarna die van de
      tegenstander.

8) V: Hoeveel keer mag je serveren?
   A: 2 keer per servicebeurt.

9) V: Wat moet je doen als je tijdens de rally er achter komt dat de verkeerde
      speler heeft geserveerd?
   A: Het spel stoppen en de juiste speler laten serveren.

10) V: Wat moet je doen als je na een punt er achter komt dat de verkeerde speler
       heeft geserveerd?
    A: Dan blijft het punt voor de speler die dat punt heeft gewonnen en serveert
       de speler die dan aan de beurt is.

11) V: Wanneer heb je een game gewonnen?
    A: Als je als eerste 11 punten hebt gehaald. Echter, als het 10-10 staat moet
       je door gespeeld worden tot er 2 punten verschil zijn. Bv 12-10 of 13-11.
       Vanaf stand 10-10 heeft elke speler slechts 1 service per servicebeurt.

12) V: Wanneer heb een wedstrijd gewonnen?
    A: Als je als eerste 3 games gewonnen hebt, bij een 5e game, als het 2-2
       staat moet er gewisseld worden van speelhelft als een van de spelers
       als eerste 5 punten heeft behaald.

13) V: Welke regels zijn er voor de kleding?
    A: Shirt en broek mogen niet van dezelfde kleur zijn als de bal en ook geen
       witte of gestreepte kleding.

14) V: Hoe kan je een punt krijgen?
    A: Als de tegenstander fout serveert,
     - Als de tegenstander de bal mist,
     - Als de tegenstander de bal niet in 1 keer over het net krijgt,
     - Als de bal niet op jouw tafelhelft komt,
     - Als de tegenstander de bal slaat voordat zijn tafelhelft heeft geraakt.

15) V: Wat is het verschil tussen diagonaal en parallel slaan?
    A: Diagonaal is van de ene hoek van de tafel schuin naar de andere hoek,
       parallel is de bal recht over de tafel.

16) V: Wat is een verdedigende slag?
    A: Schuiven of blocken.

17) V: Wat is een aanvallende slag?
    A: Contra en topspin zijn aanvallende slagen.

18) V: Wat is het verschil tussen een kantbal en een randbal?
    A: Een randbal is een bal die de tafelrand raakt, dan is de bal goed.
     - Een kantbal is een bal die de zijkant van de tafel raakt, dan is de bal
       fout en krijgt de ontvanger een punt.

19) V: Wat is een rally?
    A: Een rally is het spel vanaf de service tot er een punt wordt gemaakt.
       Na de opslag dient de tegenstander minimaal 1 keer terug te slaan.

20) V: Wat is een game?
    A: Een game is een een wedstrijddeel tot de 11 punten of na stand 10-10 met
     2 punten verschil. Om een wedstrijd te winnen moet je 3 games winnen.

21) V: Wat is een training?
    A: Training is engels voor oefenen en het is dus het oefenen van het
       tafeltennis.

22) V: Wat is een trainer?
    A: Een trainer is iemand die helpt bij de training.

23) V: Wat is een set?
    A: Een set is aantal games

24) V: Wanneer moet je "sorry" zeggen?
    A: Als je het balletje op de rand geslagen hebt of bij een netbal.

25) V: Wat moet je voor de wedstrijd doen?
    A: Voor de wedstrijd wens je de tegenstander succes of een prettige wedstrijd.

26) V: Wat moet je na een wedstrijd doen?
    A: Na de wedstrijd geeft je de tegenstander een hand en bedank je hem/haar
       voor de wedstrijd en als hij/zij gewonnen heeft feliciteer je hem/haar.
       Tevens bedank je de scheidsrechter voor het tellen.

27) V: Wat is een warming-up
    A: Een warming-up is het opwarmen en soepel maken van spieren en gewrichten.

28) V: Waarom moet je een goede warming-up hebben?
    A: Zonder goede warming-up kun je gemakkelijk geblesseerd raken.

29) V: Wat kun je als warming-up doen?
    A: Loop oefeningen,
     - Rek en strek oefeningen,
     - Rustig inspelen.

30) V: Voor welke lichaamsdelen zijn er speciale tafeltennisoefeningen?
    A: De nekspeiren
     - De schouderspeiren
     - Heupen, armen en benen
     - Knieen en enkels
     - De handen.

31) V: Hoe moet je bij het dubbelspel serveren?
    A: Van de rechterhoek diagonaal naar de rechterhoek van de tegenstander.

32) V: Waar mag je bij dubbelspel de bal spelen als je de bal onvangt?
    A: Alle ballen behalve de service mag je slaan waar je wilt.

33) V: Wat zijn de belanrijkste regels bij het dubbelspel?
    A: Nadat je 2 keer de service hebt ontvangen moet je zelf serveren,
     - Als je 2 keer hebt geserveerd moet je wisselen,
       je medespeler moet nu de service ontvangen,
     - In de 2e game moet je van de andere tegenspeler de service ontvangen dan
       in de 1e game,
     - Het team dat de 2e game begint met serveren mag bepalen wie begint,
       het andere team moet zich aanpassen,
     - Een service precies op de middellijn is goed,
     - Je moet om de beurt de bal terugslaan.

34) V: Wat is en wat doet een coach?
    A: Een coach is iemand die voor de wedstrijd en tussen de games door advies
       geeft. Iedereen behalve de scheidsrechter mag coachen.

35) V: Wat is concentratie?
    A: Concentratie is de aandacht die je hebt voor het spel.

36) V: Wat is slechts voor je concentratie?
    A: Praten tijdens de wedstrijd,
     - Denken dat je makkelijk kunt winnen,
     - Boos worden,
     - Vaak van de tafel weglopen tijdens een game.

37) V: Wat is sportiviteit?
    A: Sportiviteit is je zo gedragen als het hoort;
     - Je aan de regels houden,
     - Eerlijk zijn,
     - Jezelf beheersen,
     - Tegen je verlies kunnen,
     - Een goede mentaliteit hebben.

38) V: Wat hoort bij een goede mentaliteit?
    A: Verlies goed opnemen,
     - Blijven proberen om te winnen, ook als je (ver) achter staat
     - Geen smoesjes verzinnen als je verloren hebt
     - Bij pech zoals rand- of netballen gewoon doorspelen.
     - Als je gewonnen hebt de tegenstander niet pesten (in z'n waarde laten)

39) V: Wat is tactiek?
    A: Met tactiek spelen is slim spelen.

40) V: Wat hoort bij tactiek?
    A: Speel zoals je het beste kunt spelen.
     - Zorg dat de tegenstander niet zijn beste slagen kan spelen.
     - Op de zwakke punten van de tegenstander spelen.
Top